| Schaliegas is niet interessant voor Nederland

Schaliegas is niet interessant voor Nederland

Trouw, 22-6-2012

Is schaliegas nu een ‘game changer’, die een ‘wereldwijde revolutie’ ontketent, of is het vooral een hype? Wie nuchter de voor- en nadelen tegen elkaar afweegt, constateert dat er vooral sprake is van een hype, die voor Europa niet echt interessant is en voor Nederland al helemaal niet.

In de Verenigde Staten heeft schaliegaswinning een grote vlucht genomen. Op duizenden plekken zijn boringen verricht via de omstreden methode van ‘fracking’, waarbij onder hoge druk grote hoeveelheden water, zand en chemicaliën in het gesteente worden gespoten dat dan breekt, waardoor gas vrijkomt. Geopolitiek wil de Verenigde Staten minder afhankelijk worden van het Midden-Oosten en de financiële en economische voordelen van schaliegas zijn evident. Het levert miljoenen banen op, een lage gasprijs en de mogelijkheden tot export van het gas. Het aanbod is momenteel groter dan de vraag, waardoor de gasprijs in de VS momenteel een derde is van de prijs in Europa en een vijfde van die in Azië.

De schaduwzijde van schaliegaswinning in de Verenigde Staten wordt echter ook steeds duidelijker. Experts waarschuwen dat de huidige lage gasprijs niet lang houdbaar is en onvermijdelijk gaat stijgen. Bovendien zijn de makkelijkst winbare bronnen nu aangeboord, zijn die snel uitgeput en worden de resterende bronnen duurder, blijkt uit een analyse van 65.000 bronnen in de VS en Canada door de Canadese Geologische Dienst, die een productievermindering van 60-90% verwacht na 2020. Ook de export van het gas, in vloeibare vorm (LNG), zal de prijs verder opdrijven. Er dreigt dus een schaliegasbubbel die binnen afzienbare tijd kan imploderen.

Ook de ecologische schaduwzijde van grootschalige schaliegaswinning wordt steeds pregnanter. Momenteel loopt een onderzoek van de EPA (Environmental Protection Agency) naar de milieu- en natuurschade, die omvangrijk kan zijn.

Wat betekent dit nu voor Europa? Veel mensen in Europa bepleiten het kopiëren van het Amerikaanse schaliegasmodel. In de Verenigde Staten is echter alles anders, zowel ondergronds als bovengronds. Het schaliegas zit veel dieper in Europa, waardoor het technisch lastiger te winnen is. De twee grootste schaliegasgebieden in de EU liggen in Polen en Frankrijk, met naar schatting zo’n 3.500 miljard m3 elk, samen nog geen 30% van de geschatte winbare voorraden in de Verenigde Staten, ongeveer 25.000 miljard m3.

Maar vooral bovengronds is in Europa alles anders dan in de VS. In Europa is de staat eigenaar van de ondergrond en niet de landeigenaar. Een boer in de VS op wiens land schaliegas wordt gevonden profiteert hiervan, in Europa heeft hij er vooral last van. Ook de milieuwetgeving is in Europa veel strenger dan in de VS. Het zal bij invoering van schaliegaswinning in Europa hoe dan ook leiden tot een tragere ontwikkeling van de productie en tot een hogere prijs dan in de VS.

Voor Europa schattingen gemaakt van de ecologische risico’s van schaliegaswinning door het Tyndall Centre in Engeland en het Wuppertal Instituut. Beide gerenommeerde onderzoeksinstituten spreken van onvermijdbare milieuschade en onaanvaardbare maatschappelijke risico’s. Onvermijdbare effecten zijn: aantasting van het landschap, uitstoot van verontreinigende stoffen, uitstoot van broeikasgassen bij de aanleg, grondwaterverontreiniging en geluidsoverlast. Daarnaast zijn er onzekerheden rond aardbevingen en rond methaanlekkage. Een laatste risico betreft het mengsel van water en chemische substanties dat met het schaliegas naar boven komt. Dat mengsel bevat toxische, corrosieve,  carcinogene en radioactieve stoffen, zoals benzeen, kwik, arseen en radon, die in het grond- en oppervlakte water terecht kunnen komen. Mede op grond hiervan heeft Frankrijk de winning van schaliegas verboden, Duitsland wil er voorlopig ook niet aan en in Polen trekken investeerders zich terug na teleurstellende ervaringen met proefboringen.

Wat betekent dit alles nu voor Nederland? De winning van schaliegas is veel lastiger dan van regulier aardgas, er zijn veel boringen nodig op korte afstand (500-1000 meter) van elkaar. Dat is lastig in Nederland, met zijn hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid en hoog ontwikkelde infrastructuur. Ook de geschatte voorraden schaliegas zijn niet omvangrijk en zijn de afgelopen jaren fors naar beneden bijgesteld. Recente schattingen door TNO variëren van 200-500 miljard m3, het Amerikaanse EIA zit iets hoger met ca. 700 miljard m3. Uitgaande van de huidige jaarlijkse productiecapaciteit van 40-50 miljard m3 uit Slochteren, betekent dit hooguit 5-15 jaar meer gas. Dit levert economisch een paar duizend banen op en enkele miljarden per jaar op. De ecologische schade kan echter oplopen tot een veelvoud van dit bedrag. Niet voor niets heeft Vitens, Nederlands grootste drinkwaterproducent, gewaarschuwd voor de mogelijke risico’s voor de drinkwatervoorziening, met name voor grondwaterverontreiniging. Ook het RIVM heeft zijn zorgen uitgesproken, vanwege de kwaliteit van het grondwater in Nederland.

Schaliegaswinning is een zeer intensieve fossiele industrie: grote boortorens van tientallen meters hoog, vrachtauto’s die af en aan rijden, een productie die dag en nacht doorgaat, miljoenen m3 water per bron en duizenden liter giftige chemicaliën per bron. Het veroorzaakt veel lokale luchtverontreiniging, geluidsoverlast, landschapsvervuiling en een verhoogde kans op aardbevingen. Zo’n industrie wil niemand in de buurt van woonwijken en natuurgebieden in een dichtbevolkt land als Nederland.

Een strategisch argument is dat schaliegas in de VS kolen verdringt, wat in Europa leidt tot extra import van goedkope kolen en verdringing van regulier gas. Dit leidt tot extra uitstoot van CO2. Bovendien gaat schaliegaswinning gepaard met het lekken van methaan, een sterk broeikasgas. Inzetten op schaliegas betekent dus een forse extra uitstoot van broeikasgassen en een vertraging van de transitie naar een duurzame energievoorziening, die in Nederland al zeer traag verloopt.

Sommige experts pleiten voor meer onderzoek naar de mogelijkheden van schaliegaswinning in Nederland. Dat betekent per saldo het toestaan van proefboringen; die zijn echter duur (10-20 miljoen per boring), er zijn er veel van nodig (minstens tientallen boringen) en leveren onvermijdbare schade en overlast op.

De conclusie is dat Nederland heel veel extra moeite moet doen om een betrekkelijk geringe hoeveelheid schaliegas te gaan exploiteren. Nederland kan zich beter concentreren op het halen van de duurzame energiedoelstelling van 16% in 2020, dat is al een enorme opgave.

Lijst met deelnemende hoogleraren

Prof.dr.ir. Jan Rotmans, hoogleraar Duurzame Transities, Erasmus Universiteit Rotterdam

Prof.dr. Theo Beckers, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling (em.), Tilburg Universiteit

Prof.dr. Frans Berkhout, hoogleraar Innovatie & Duurzaamheid, VU Amsterdam

Prof.dr. Jan Boersema, hoogleraar Milieuwetenschappen, Cultuur en Religie, VU Amsterdam

Prof.dr.ir. Jacqueline Cramer, hoogleraar Duurzaam Innoveren, Universiteit Utrecht.

Prof.dr.ir. Bert de Vries, hoogleraar Energie en Mondiale Verandering, Universiteit Utrecht

Prof.dr. Reyer Gerlagh, hoogleraar Milieu-economie, Tilburg Universiteit.

Prof.dr. John Grin, hoogleraar Beleidswetenschap, Universiteit van Amsterdam

Prof.dr.ir. Michiel Haas, hoogleraar Materialen en Duurzaamheid, Technische Universiteit Delft

Prof.dr. Wim Hafkamp, hoogleraar Milieukunde, Erasmus Universiteit Rotterdam

Prof.dr. Marko Hekkert, hoogleraar Dynamiek van Innovatiesystemen, Universiteit Utrecht.

Prof.dr.ir. Arjen Hoekstra, hoogleraar Water Management, Universiteit Twente.

Prof.dr. Kees Hummelen, hoogleraar Chemie, Rijksuniversiteit van Groningen

Prof.dr. Harry Hummels, hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Universiteit Maastricht

Prof.dr. Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen, Radboud Universiteit Nijmegen

Prof.dr. Rene Kemp, hoogleraar Innovatie en Duurzame Ontwikkeling ICIS, Universiteit Maastricht

Prof.dr. Alfred Kleinknecht, hoogleraar Economie van Innovatie, Technische Universiteit Delft

Prof.dr. Carolien Kroeze, hoogleraar Milieusysteemanalyse, Wageningen Universiteit

Prof.dr. Rik Leemans, hoogleraar Milieusysteemanalyse, Wageningen Universiteit

Prof.dr. Harro van Lente, hoogleraar Filosofie van Duurzame Ontwikkeling, Universiteit Maastricht

Prof.dr. Pieter Leroy,  hoogleraar Milieu en Beleid, Radboud Universiteit Nijmegen

Prof.ir. Peter Luscure, hoogleraar Installatietechniek / C2C, Technische Universiteit Delft

Prof.dr. Pim Martens, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling, Universiteit Maastricht

Prof.dr.ir. Anthonie Meijers, hoogleraar Filosofie van de Techniek, Technische Universiteit Eindhoven

Prof.dr.ir. Arthur Mol, hoogleraar Milieubeleid, Wageningen Universiteit.

Prof.dr. Paquita Pérez Salgado, decaan Faculteit Natuurwetenschappen, Open Universiteit Nederland

Prof.dr. Ad Ragas, Hoogleraar Milieu- Natuurwetenschapppen, Open Universiteit Heerlen.

Prof.dr. Lucas Reijnders, hoogleraar Milieukunde, Universiteit van Amsterdam

Prof.dr. Sjoerd Romme, hoogleraar Ondernemerschap en Innovatie, Technische Universiteit Eindhoven

Prof.dr. Annemieke Roobeek, hoogleraar Strategie en Transformatiemanagement, Universiteit Nyenrode

Prof.dr. Huub Savenije, hoogleraar Hydrologie en Waterhuishouding, Technische Universiteit Delft

Prof.dr. Bert Scholtens, hoogleraar Duurzaamheid en Financiële Instellingen, Rijksuniversiteit Groningen

Prof.dr. Johan Schot, hoogleraar Geschiedenis der Techniek, Technische Universiteit Eindhoven

Prof.dr. Wim Sinke, hoogleraar Zonne-energie, Universiteit van Amsterdam

Prof.dr. Sjak Smulders, hoogleraar Macro-Economie, Universiteit van Tilburg

Prof.dr. Jan Stel, hoogleraar Oceanische Ruimte en Menselijke Activiteit, Universiteit Maastricht

Prof.dr. Frans Stokman, hoogleraar Methoden/Technieken Sociale Wetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen

Prof.dr. Egbert Tellegen, hoogleraar Sociologie en Milieu, Universiteit Utrecht

Prof.dr. Gerard van Bussel, hoogleraar windenergie, Technische Universiteit Delft

Prof.dr.ir. Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar Climate Design & Sustainability, Technische Universiteit Delft

Prof.dr.ir. Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde, Universiteit Utrecht

Prof.dr.ir.  Anke van Hal, hoogleraar Sustainable Housing Transformation, Technische Universiteit Delft

Prof.dr. Ekko van Ierland, hoogleraar Milieueconomie i.h.b. Natuurlijke Hulpbronnen, Wageningen Universiteit

Prof.dr. Theo van de Klundert, hoogleraar Economie, Universiteit van Tilburg

Prof.dr. Daan van Soest, hoogleraar Milieu-Economie, Vrije Universiteit Amsterdam en Universiteit van Tilburg

Prof.dr. Rob van Tulder, hoogleraar International Business-Society Management, Erasmus Universiteit Rotterdam

Prof.dr. Arjen van Witteloostuijn, hoogleraar Economie, Universiteit van Antwerpen, Tilburg en Utrecht

Prof.mr. Jonathan Verschuuren, hoogleraar Internationaal en Europees Milieurecht, Universiteit van Tilburg

Prof.dr.ir. Pier Vellinga, hoogleraar Klimaatverandering Wageningen Universiteit/VU Amsterdam

Prof.dr. Louise Vet, hoogleraar Evolutionaire Ecologie, Wageningen Universiteit

Prof.dr.ir. Arjen Wals, hoogleraar Sociaal Leren en Duurzame Ontwikkeling, Wageningen Universiteit

Prof.dr. Gail Whiteman, hoogleraar Duurzaamheid en Klimaatverandering, Erasmus Universiteit Rotterdam

Prof.dr. Herman Wijffels, hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering, Universiteit Utrecht

Prof.dr. Aart de Zeeuw, hoogleraar Milieueconomie, Universiteit van Tilburg

Prof.dr. Bastiaan Zoeteman, hoogleraar Internationaal Duurzaamheidsbeleid, Universiteit van Tilburg

Metatalk webdesign