| Doe iets met inspraak

Doe iets met inspraak

[in Dutch] Dagblad De Limburger 4-4-2012

Brunssum roept zijn inwoners op mee te denken over ‘Brunssum in 2025’ – via website, enquête en debatavond. Deze krant laat een aantal Brunssumers uit diverse geledingen vooruitblikken.

Pim Martens (43) is hoogleraar ‘Mondiale Duurzame Ontwikkeling’

Pim Martens was zo ongeveer de eerste die een bijdrage leverde aan de gemeentelijke weblog www.brunssum2025, een initiatief dat hij meteen maar met de grond gelijkmaakte. De bijdrage was bedoeld om te prikkelen, zegt Martens nu. Zijn visie op Brunssum 2025 is veel genuanceerder. Toch heeft deze hoogleraar duurzaamheidsvraagstukken aan de Universiteit Maastricht bedenkingen bij de campagne.

Martens, opgegroeid in Egge en woonachtig in Rumpenerbeemden, ontvangt in zijn werkkamer in Maastricht, waar hij ook leiding geeft aan een interdisciplinair duurzaamheidsinstituut. Tijdens en na zijn studie heeft hij een periode in Maastricht ingeschreven gestaan, maar nu woont hij toch al weer vijftien jaar in hartje Brunssum. „ Zo’n enquête is op zich leuk”, begint de hoogleraar. „Maar wat willen ze nou? Willen ze weten wat je denkt? Of wat je hoopt? Is het om te zeggen dat ze iets aan volksraadpleging hebben gedaan, buiten de raadsverkiezingen om? De crux: wordt er iets mee gedaan? Dan die vraagstelling: Brunssum is niet spectaculair, heet het. Nou en? Wil ik dat? Brunssum is vooreerst een ‘woongemeente’.”

Pim Martens is evengoed allesbehalve een zwartkijker. Hij ergert zich aan mensen die altijd maar klagen, zonder zelf iets te doen. Eigenlijk is deze Brunssummer best positief over veel ontwikkelingen. „Er gebeurt wat. Het openluchttheatertje wordt opgeknapt, leuke dingen. Daarbij staan er relatief jonge mensen aan het roer. De informatievoorziening naar burgers is prima. Sportvoorzieningen worden op orde gebracht. Net als scholen – toch het eerste waar jonge mensen naar kijken als ze ergens gaan wonen.”

Goed, de samenhang in de plannen ontbreekt hier en daar, maar het is goed dat ze er zijn, betoogt hij. „Dat is zeker niet altijd zo geweest. Bedenk wel dat al veel vroeger duidelijk was dat de vergrijzing er aan zat te komen – men wilde het niet zien. Ik ben geen voorstander van veranderen om het veranderen. Maar met niets doen, ben je verder van huis. En als je dingen doet, kun je fouten maken – dat weet je. Zo ben ik bang dat ze zich vergissen met het bijbouwen van winkelruimte gelet op de leegstand. Nog zo’n tegenstrijdigheid: er wordt voor ouderen gebouwd in het centrum, terwijl daar ook meer reuring en rumoer moet komen. Ik denk niet dat die ouderen blij worden van feesttenten in het Vijverpark.”

Het centrumplan is mogelijk iets te ambitieus voor een gemeente als Brunssum, oppert Martens, die zich afvraagt of bestuurders van kleinere gemeenten zijn opgewassen tegen bijvoorbeeld projectontwikkelaars. Het is goed dat er wordt nagedacht over de langere termijn, maar er zou meer draagvlak moeten worden gecreëerd, stelt hij. „Veel mensen hebben het idee: ‘Waarom moet dat allemaal? Er is al een ziekenhuis, er zijn al dokters, er zijn al scholen, er is al een Brikke Oave.’ Ik weet: het is een complex verhaal. Maar als je wethouder bent in een gemeente met een bepaalde bevolkingssamenstelling, moet je misschien wat meer doseren – je hebt te maken met een gemeenschap. Soms is het handig om een stapje terug te doen. Probeer eerst eens iets af te maken. Sowieso: wat we nu voor de lange termijn bouwen, zal te zijner tijd ook weer allemaal tegelijk verouderd zijn.” De aanpak is redelijk traditioneel met de nadruk op wonen en ruimtelijke ordening, stelt Martens. „Vergrijzing heeft ook een sociale dimensie, die minstens zo belangrijk is.” Wordt er aan de sociale kant dan niet ook flink ‘gesleuteld’ door de ambtelijke afdelingen van wethouders als Thomas Gelissen (wmo) en Hugo Janssen (‘onderkant’ arbeidsmarkt)? „Natuurijk, maar een deel onttrekt zich wellicht aan onze waarneming. Maar ik doel ook hier op het creëren van betrokkenheid.”

Burgers zijn de afgelopen jaren vaker om hun mening gevraagd, constateert Martens. Neem de Rumpenerbeemden, waar hij zelf met zijn gezin woont. „Met inspraak en ‘meedenken’ is weinig gedaan, onder meer bij de inrichting van het parkje.” Op zekere hoogte snapt hij wel dat inspraak beperkt is. Alleen al vanwege de ‘niet-in-mijn-achtertuin’- houding die nagenoeg niemand vreemd lijkt. Daarbij worstelen bestuurders vaak met conflicterende belangen. Toch gelooft Pim Martens dat er nog een slag te maken valt qua burgerparticipatie. „De gemeente moet vooral faciliteren en hoeft niet als enige regie te voeren. Ook burgers kunnen met initiatieven komen. Daar wordt al mee gewerkt in grote steden, denk aan transitie-arena’s waar mensen uit buurten de ontwikkeling bepalen. Zoals op het gebied van duurzaamheid grote slagen moeten worden gemaakt, valt ook hier nog veel te winnen. Zet met het oog op 2025 ‘buurtgericht werken’ zwaarder aan. Je bent er voor de burger.”

1. Is Brunssum in 2025 nog zelfstandig?
„Ja, ik hoop het wel. Misschien samen met Onderbanken. Opgaan in Heerlen lijkt me niet wenselijk. Wel samenwerken op onderdelen.”

2. Wonen er in 2025 nog jongeren in de leeftijd 18 tot 20 jaar?
„Jazeker. Limburgers zijn honkvast en Brunssummers zijn daarop geen uitzondering. Kijk naar mij. Wij zijn zeven jaar weggeweest, maar toch weer teruggekomen. De hele familie woont hier nog steeds. Je kunt hier best wonen en ergens anders werken. Brunssum is mijn uitvalsbasis. Moet ik vliegen, dan ga ik via Düsseldorf. Er is wel weinig te doen voor de jeugd, zeker ’s zomers. De sluiting van het zwembad – mijn ‘halve jeugd’ ligt daar – had nooit mogen gebeuren.”

3. Is het eerste natuurattractiepark van Nature Wonder World in 2025 geopend?
„Ik hou van wilde ideeën. Heb de ambitie, maar probeer ook te doseren. Maak het duurzaam. En doe het niet zelf als gemeente. Faciliteer alleen. Als het geen kans maakt, gebeurt het niet.”

4. Heeft Brunssum in 2025 een bruissend en gezond (winkel) centrum?
„Ja, dat geloof ik wel. De huidige plannen zijn dan uitgevoerd. Of al aangepast: D’r Brikke Oave komt niet onder het Lindeplein. Veel kleinere onderdelen dragen er aan bij, zoals het openluchttheatertje, activiteiten van winkeliers.”

5. Loopt er rond Brunssum een buitenring in 2025?
„Dat weet ik niet. Zo’n Buitenring is te overdreven, afgezet tegen wat nodig is. Er zijn genoeg varianten waarmee hetzelfde kan worden bereikt, tegen lagere kosten. Bij het niveau van politieke besluitvorming kunnen grote vraagtekens worden gezet.”

Metatalk webdesign