| Dierenwelzijn: Nederland heeft boter op het hoofd

Dierenwelzijn: Nederland heeft boter op het hoofd

Zie ook Trouw, 19 mei

VarkenUit het onderzoek van de Trouw  ‘De Staat van het Dier’  blijkt dat dierenwelzijn  – niet onverwacht – een beetje de ‘ver van mijn bed show’ is. Als ik mijn gewoonten maar niet hoeft aan te passen aan (het verbeteren van) dierenwelzijn, is het best. Die gestrande walvis moet gered worden en roep de dierenpolitie als een hond mishandeld wordt. Maar ik wil wel dierentuinen blijven bezoeken (maar giraffe Marius mag niet gedood worden om inteeltgevaar tegen te gaan), vlees eten, en dierproeven zijn noodzakelijk. De gemiddelde Nederland heeft een dus flink pak boter op zijn hoofd. “Ja, ik vind dat dierenmishandelaars in de gevangenis moeten” en “in megastallen kan geen sprake zijn van dierenwelzijn”, maar ik wil wel elke dag een stuk vlees op mijn bord. En dit vlees liever niet afkomstig van een hond. Wat al langer bekend is, zien we nu ook weer duidelijk: een dubbele moraal als het gaat om onze houding ten aanzien van dieren. Men pretendeert duurzaam te leven, is vegetariër, maar geeft wel kilo’s vlees aan de hond.

Dat de gemiddelde Nederlander worstelt met zijn houding ten aanzien van dieren is niet verwonderlijk als we kijken naar de zienswijze vanuit de politiek en samenleving ten aanzien van hoe om te gaan met dieren. Dit hangt ook sterk samen met de bredere  duurzaamheidsdiscussie van de afgelopen jaren. Als we bijvoorbeeld kijken naar de vele duurzaamheidsindicatoren die zijn ontwikkeld, valt het op dat dierenwelzijn hier niet of nauwelijks in terug komt.

De oorzaak dat ‘dieren’ en met ‘duurzaam’ niet vaak samen in een zin genoemd worden is waarschijnlijk te vinden in het feit dat zowel de discussie over dierenwelzijn en duurzaamheid de afgelopen jaren gekaapt is door het bedrijfsleven en, in mindere mate, de overheid. Dit heeft onze zienswijze ten aanzien van duurzame ontwikkeling aanzienlijk belemmerd en ondergeschikt gemaakt aan het dogma van economische groei met weinig aandacht voor dierenwelzijn. Hoe kortzichtig dit is, is de afgelopen jaren wel gebleken uit onder andere de verschillende uitbraken van dierenziekten in de intensieve veehouderij en de antibiotica resistentie die vele ziekteverwekkers ontwikkelen doordat ons vee teveel antibiotica toegediend krijgt.

Ook op andere manieren is ons welzijn nauw verbonden met onze relatie ten opzichte van dieren. Denk bijvoorbeeld aan huisdieren. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een huisdier in het algemeen een betere gezondheid hebben dan niet huisdierbezitters. Huisdieren vergoten ook het vermogen tot empathie en het leggen van sociale contacten bij kinderen (zinvolle eigenschappen voor een gezond en gelukkig leven). Ook hebben mensen die sterk betrokken zijn bij dierenwelzijn meer oog voor de problemen van mensen. De keerzijde is  de relatie is tussen huishoudelijk geweld en dierenmishandeling.

“De beschaving van een volk is te meten aan de mate van respect waarmee ze met hun dieren omgaan.” zei Mahatma Ghandi al vele jaren geleden. Dierenwelzijn zou dus centraal moeten staan in onze maatschappij – dierzaamheid dus. Het is h praktisch en eenvoudig om  zelf een bijdrage aan dierzaamheid te geven: diervriendelijk handelen   – bijvoorbeeld het goed omgaan met (huis)dieren, wat minder en bewust vleeseten –  komt niet alleen ten goede aan het welzijn van jezelf, maar ook aan een betere en meer beschaafde wereld. heeft iedereen hierin een verantwoordelijkheid. Maar wat te doen met die 43% van de Nederlanders  die vindt dat “de mens boven het dier staat en dit (economisch) naar eigen inzicht mag gebruiken”? Zorgen dat dieronvriendelijk gedrag steeds minder een ‘keuze wordt’ (ban plof-kippen en leg de aanschaf van huisdieren aan banden, bijvoorbeeld). En laat die andere 57% eens wat boter van hun hoofd halen. Dan komen we een beetje in de richting.

Metatalk webdesign